GEITENRASSEN
Geiten worden dus al sinds mensenheugenis over de gehele wereld gehouden voor hun melk en vlees. Het aantal melkgeiten in Nederland is sinds 1995 bijna verviervoudigd. Er zijn in Nederland tientallen rassen vertegenwoordigd, waarvan wij U hieronder de vier meest gehouden rassen nader zullen omschrijven.
| Nederlandse witte melkgeit Een kruisingsprodukt van de uit Zwitserland en Zuid-Duitsland afkomstige Saanengeit en de in het begin van deze eeuw in ons land aanwezige landgeit. De hoofdreden waarom voor de Saanengeit werd gekozen als partner voor de landgeit was de relatief hoge melkproductie. | ![]() | ||
| Toggenburger Deze geit is vooral herkenbaar aan de ‘melkchocolade’ kleur. De witte aftekeningen op de kop (het masker), de onderbenen en rondom de staart (de broek) zijn specifiek voor dit ras. In tegenstelling tot de Nederlandse witte geit is de Toggenburger een iets laaggesteld dier en qua bouw ook net iets compacter. De melkproductie van dit dier ligt gemiddeld net even op een wat lager niveau dan dat van de Nederlandse witte geit. | ![]() | ||
| Nederlandse bonte geit Een nog vrij jong ras, dat is ontstaan uit de Nederlandse witte geit. De rasomschrijving is dan ook identiek aan de van hun witte soortgenoot, het enige verschil is uiteraard de eisen welke gesteld worden ten aanzien van de kleur. De Nederlandse bonte geit dient scherp afgetekend tweekleurig te zijn. |
| ||
| Nubische geit Het vierde ras, de Nubische geit, is een op het oog geheel ander dier. Het ras heeft dan ook een aantal specifieke raskenmerken die bij de andere melkrassen op geen enkele manier te herleiden. De lange hangoren zijn misschien wel het meest opvallend, maar ook het kromme neusbeen (ramsneus) is een typisch raskenmerk. De productie blijft gemiddeld iets achter bij de overige rassen, maar het hoge vet- en eiwitgehalte in de melk maken dit dier in de toekomst waarschijnlijk zeer interessant als productiedier. | ![]() |


